ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5864
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing Dublinclaim en interstatelijk vertrouwensbeginsel bij asielprocedure Griekenland
Verzoeker, een Soedanese asielzoeker, diende op 21 augustus 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Deze werd op 22 januari 2007 afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Verzoeker stelde dat de asielprocedure in Griekenland niet voldeed aan internationale normen, onder meer vanwege een zeer laag percentage toegekende verblijfsvergunningen en het ontbreken van rechterlijke toetsing.
De voorzieningenrechter nam kennis van een notitie van de Griekse autoriteiten over een aangepaste werkwijze sinds juni 2006, maar achtte dit onvoldoende om zonder meer te vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het UNHCR-rapport van november 2004 toonde aan dat Griekenland structureel zeer weinig asielaanvragen honoreert en dat beslissingen in eerste aanleg vrijwel altijd negatief zijn. Verzoeker had bovendien persoonlijke ervaringen dat hij geen asiel kon aanvragen en na zes maanden moest vertrekken.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en niet voldeed aan de vereiste zorgvuldigheid. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.