ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring minderjarige wegens onvoldoende voortvarendheid uitzetting
Eiser, een minderjarige met de Indiase nationaliteit, verbleef dertien dagen in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde om zijn uitzetting te realiseren. Verweerder voerde aan dat het dossier was overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en dat er al een identiteitsonderzoek liep.
De rechtbank stelde vast dat de overdracht aan de DT&V geen daadwerkelijke uitzettingshandeling is en dat verweerder inhoudelijk nog niet naar het dossier had gekeken. Gezien de minderjarige status van eiser mag van verweerder meer dan normale voortvarendheid worden verwacht. De rechtbank oordeelde daarom dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld.
Op grond hiervan werd de voortzetting van de bewaring met ingang van 16 mei 2007 in strijd met de wet en onredelijk geacht. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel van bewaring opgeheven. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring van de minderjarige wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting.