ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende vermoeden illegaal verblijf
Eiser, een Chinese nationaliteit, werd op 6 april 2007 staandegehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens vermoedelijk illegaal verblijf. De rechtbank constateert dat het proces-verbaal onvoldoende feiten en omstandigheden bevat die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf rechtvaardigen. Het enkel hebben van een Chinees uiterlijk en zichtbaar schrikken bij de verbalisant is onvoldoende.
Verweerder stelde dat het belang van de openbare orde en het ontbreken van een identiteitsdocument de bewaring rechtvaardigen, mede omdat eiser zelf verklaarde al enkele maanden in Nederland te verblijven zonder zijn verblijf te legaliseren. De rechtbank vindt dit belang niet in redelijke verhouding tot de ernst van het gebrek en de geschonden rechten van eiser.
Daarom acht de rechtbank de bewaring vanaf het begin onrechtmatig en beveelt opheffing. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.575,-- en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het respecteren van rechtsbescherming bij vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid van de staandehouding en een schadevergoeding wordt toegekend.