ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4387
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ander doel dan uitzetting
Eiser is op 17 maart 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, aansluitend op het beëindigen van een overleveringsdetentie. Eiser voerde aan dat de bewaring niet ter uitzetting was opgelegd, maar om de overleveringszaak in Nederland af te wachten, terwijl hij direct uitgezet had kunnen worden omdat hij beschikte over een geldig Nigeriaans paspoort.
Verweerder stelde dat het beleid is dat overlevering vóór uitzetting gaat, waardoor het gebruik van het paspoort niet relevant was en het afwachten van de uitspraak in de overleveringszaak een tijdelijk uitzetbeletsel vormde. De rechtbank oordeelde dat op het moment van inbewaringstelling verweerder niet de intentie had om eiser zo spoedig mogelijk uit te zetten, maar om hem eerst de overleveringszaak te laten afwachten.
Hierdoor heeft eiser langer in bewaring gezeten dan noodzakelijk was voor uitzetting, wat in strijd is met de wet. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd onmiddellijk opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.