ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4274
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding legeskosten bij verlenging verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie
Eiser, een nierdialysepatiënt die sinds 1991 in Nederland verblijft, verzocht het COA om vergoeding van legeskosten verbonden aan de verlenging van zijn verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie. Hoewel de verblijfsvergunning op 25 januari 2007 werd verlengd, weigerde het COA de legeskosten te vergoeden, verwijzend naar de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) en brieven van de minister die vergoeding van legeskosten bij reguliere aanvragen uitsluiten.
De rechtbank overwoog dat de Rva 2005 inderdaad geen vergoeding van legeskosten bij reguliere aanvragen toestaat, maar dat de situatie van eiser een uitzondering kan vormen omdat hij zich in een schrijnende, acute medische noodsituatie bevindt en reeds een verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie bezit. De rechtbank stelde vast dat het COA eerder legeskosten had vergoed bij verlenging van de vergunning van eiser, en dat het huidige besluit onvoldoende gemotiveerd is om die vergoeding nu te weigeren terwijl de situatie ongewijzigd is gebleven.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd is en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen stand kan houden. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het COA opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het COA veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het COA wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van legeskosten.