ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3366
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende inkomensperiode ondanks te hoog vermogen
Eiseres diende een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Verweerder wees de aanvraag af omdat het vermogen van eiseres boven de toegestane grens zou liggen. De rechtbank stelde vast dat verweerder het vermogen onjuist had berekend, onder meer door een schuld niet mee te nemen en een auto wel als vermogen te rekenen.
De rechtbank oordeelde dat het in aanmerking te nemen vermogen van eiseres lager was dan de vermogensgrens van € 5.065,00 en vernietigde het besluit tot afwijzing op dat punt. Echter, eiseres kon niet aantonen dat zij gedurende de vereiste ononderbroken periode van vijf jaar een inkomen op bijstandsniveau had, waardoor de aanvraag terecht werd afgewezen op deze grond.
De rechtbank handhaafde daarom de rechtsgevolgen van het besluit op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de afwijzing op formele gronden berustte. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand wegens onvoldoende inkomensperiode.