ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs en toerekenbaar ontbreken documenten
Eiseres, afkomstig uit Burundi en behorend tot de Hutu-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij en haar familie slachtoffer waren van geweld en vervolging, waaronder de moord op haar ouders en haar eigen gevangenneming en bedreiging.
Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van essentiële documenten ter onderbouwing van haar nationaliteit, reisroute en asielrelaas, waarvan het ontbreken aan eiseres werd toegerekend. Daarnaast werd de authenticiteit van het identiteitsbewijs niet vastgesteld en leverde een taalanalyse onvoldoende bewijs voor haar afkomst.
Eiseres verzocht om uitstel van de procedure vanwege een nog niet afgeronde contra-expertise taalanalyse, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat zij geen redelijke pogingen had gedaan om een snellere contra-expertise te verkrijgen en geen zienswijze had ingediend op het voornemen tot afwijzing.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het asielrelaas niet geloofwaardig achtte en dat eiseres geen aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op grond van individuele asielgronden of het traumatabeleid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.