ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
VUT-uitkering terecht in mindering gebracht op WW-uitkering
Eiser ontvangt een WW-uitkering en daarnaast een VUT-uitkering. Verweerder heeft de VUT-uitkering in mindering gebracht op de WW-uitkering, waardoor het recht op WW-uitkering niet tot uitkering leidt. Eiser betwist deze verrekening en stelt dat de VUT-uitkering niet gelijkgesteld mag worden met een ouderdomspensioen zoals bedoeld in artikel 34 van Pro de WW.
De rechtbank stelt vast dat de VUT-uitkering voldoet aan de criteria van de regeling Gelijkstelling, waardoor deze als een ouderdomspensioen wordt aangemerkt. Dit betekent dat de inkomsten uit de VUT-uitkering volgens artikel 34, eerste lid, onder b, van de WW in mindering moeten worden gebracht op de WW-uitkering.
Eiser voert aan dat de gelijkschakeling niet op het juiste lid van artikel 34 van Pro de WW zou zien en dat de VUT-uitkering niet gekort mag worden omdat deze naast een dienstbetrekking werd genoten. De rechtbank wijst dit af en verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die vergelijkbare regelingen als ouderdomspensioen aanmerkt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de VUT-uitkering terecht is verrekend met de WW-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de VUT-uitkering terecht in mindering is gebracht op de WW-uitkering.