ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en afwijzing verlengingsaanvraag verblijfsvergunning
Verzoekster, een Senegalese vreemdeling, werd ongewenst verklaard en haar aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen vanwege een buitenlandse veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster wel degelijk belang had bij de voorlopige voorziening, ondanks jurisprudentie die stelt dat een vreemdeling geen belang heeft zolang de ongewenstverklaring voortduurt. Dit omdat het verzoek connex was aan het bezwaar tegen zowel de ongewenstverklaring als de afwijzing van de verlengingsaanvraag, waardoor rechtmatig verblijf mogelijk blijft gedurende de bezwaarprocedure.
De rechter stelde vast dat verweerder onvoldoende en onzorgvuldig had gemotiveerd dat de strafmaat in Noorwegen vergelijkbaar was met die in Nederland, omdat alleen de strafeis van de Officier van Justitie was gebruikt en niet een adequate strafmaatvergelijking was gemaakt. Dit leidde tot het oordeel dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd.
Daarom werd het bezwaar van verzoekster geacht een redelijke kans van slagen te hebben en werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. De werking van het besluit werd geschorst en uitzetting werd verboden totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit geschorst en uitzetting verboden totdat op het bezwaar is beslist.