ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.B.M. Hent
- E.H.M. Druijf
- J.R. Van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiser, een Turkse zelfstandige, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken met een afhaalservice van Turkse maaltijden. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en omdat met de bedrijfsactiviteit geen wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend.
Eiser stelde dat het mvv-vereiste en het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang strenger worden toegepast dan toegestaan volgens de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije. Hij verzocht om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EG en om onderzoek naar het beleid van 1973.
De rechtbank oordeelde dat het beleid omtrent het wezenlijk Nederlands economisch belang niet strenger is dan in 1973 en dat de aanwijzing van categorieën bedrijven waarvoor geen advies aan de Minister van Economische Zaken wordt gevraagd een procedurele en geen materiële regel is. Eiser had onvoldoende concrete aanknopingspunten voor een andere beoordeling aangevoerd.
De rechtbank verwierp ook het beroep op nieuw beleid van mei 2006, omdat dit nog niet geïmplementeerd was. Gezien het voorgaande was de weigering van de verblijfsvergunning terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de weigering van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang.