ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2076
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting China
Eiseres, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 22 februari 2007 de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze maatregel. Verweerder stelde dat er zicht op uitzetting was, mede gebaseerd op statistieken over afgifte van laissez-passers door Chinese autoriteiten. Uit de cijfers bleek echter dat in 2006 slechts 37 van 1304 aanvragen werden gehonoreerd, waarvan slechts 15 na april 2006, en dat vrijwel altijd een identiteitsdocument of eerder laissez-passer aanwezig moest zijn.
Eiseres beschikte niet over enige documenten en had nooit eerder een laissez-passer ontvangen. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn was. Hierdoor was voortzetting van de bewaring in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 en niet redelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de maatregel van bewaring op per 15 maart 2007 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €644. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.