ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2050
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Veka Best in vordering tegen CBR over theorie-examens
Veka Best, producent van verkeersleermiddelen, vordert in kort geding dat het CBR wordt verboden theorie-examens in de huidige vorm af te nemen, omdat deze onbegrijpelijk zouden zijn voor de gemiddelde burger en onvoldoende evenwichtig zijn. Veka Best stelt dat zij door klachten over haar leermiddelen direct wordt getroffen in haar belangen.
Het CBR voert verweer dat Veka Best geen eigen belang heeft en dat zij reeds in eerdere procedures in het ongelijk is gesteld. De voorzieningenrechter oordeelt dat Veka Best onvoldoende bewijs levert voor haar eigen belang en dat zij niet optreedt namens een groep gedupeerde kandidaten of als publiekrechtelijk rechtspersoon. Daarom wordt zij niet-ontvankelijk verklaard.
In reconventie vordert het CBR een voorschot op advocaatkosten wegens vermeend misbruik van procesrecht door Veka Best. De voorzieningenrechter wijst deze vordering af, mede omdat nieuwe rapporten zijn overgelegd en het kort geding een voorlopig oordeel betreft.
Veka Best wordt veroordeeld in de proceskosten, het CBR wordt in reconventie in de kosten veroordeeld met nihil begroting. Het vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken op 2 april 2007.
Uitkomst: Veka Best wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen CBR; de vordering van CBR tot voorschot advocaatkosten wordt afgewezen.