ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2049
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering in conservatoir derdenbeslag wegens ontbreken executoriale titel
Corendon International Travel B.V. had voor het zomerseizoen 2005 stoelen ingekocht voor vluchten van en naar Turkije en vorderingen op Peter Langhout Reizen B.V. (PLR). Ter zekerheid van haar vordering op PLR legde Corendon conservatoir derdenbeslag onder Dentours B.V. Dentours legde daarop een verklaring af waarin zij stelde dat er geen rechtsverhouding bestond met PLR en dat alle vorderingen van PLR waren overgedragen aan Benga B.V.
Corendon vorderde vervolgens dat Dentours een schriftelijke verklaring zou afleggen met betrekking tot hetgeen zij van PLR onder zich had of verschuldigd was, en betaling van €300.000,-. Dentours voerde verweer dat Corendon niet-ontvankelijk was omdat de bevoegdheid tot het betwisten van verklaringen alleen toekomt aan een executant met een executoriale titel, terwijl het beslag conservatoir was.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid om verklaringen te betwisten niet geldt in de conservatoire fase zonder executoriale titel, zoals bepaald in de artikelen 477a en 723 Rv. Daarom is Corendon niet-ontvankelijk in haar vordering. Corendon werd veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Dentours.
Uitkomst: Corendon is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens het ontbreken van een executoriale titel en veroordeeld in de proceskosten.