ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1569
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding legeskosten als buitengewone kosten op grond van de Rva 2005
Eiser heeft verzocht om vergoeding van legeskosten die hij verschuldigd was in verband met zijn aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen op grond van het beleid dat legeskosten niet als buitengewone kosten worden beschouwd en dus niet worden vergoed.
Eiser stelde dat de afwijzing niet gerechtvaardigd was en dat elke aanvraag individueel beoordeeld moet worden op het bestaan van buitengewone kosten. Verweerder verwees naar een brief van de Minister van 8 maart 2005 waarin werd toegelicht dat legeskosten niet als buitengewone kosten gelden.
De rechtbank oordeelde dat de Rva 2005 een algemeen verbindend voorschrift is en dat artikel 17 van Pro deze regeling geen ruimte laat voor vergoeding van kosten die niet als buitengewone kosten zijn aan te merken. De toelichting van de Minister in de brief van 8 maart 2005 wordt als bindend beschouwd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat het bestreden besluit niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan eiser was uitgereikt, waardoor de beroepstermijn niet was aangevangen, maar het beroep toch ontvankelijk werd verklaard omdat het besluit ten tijde van het beroep al was genomen.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van vergoeding van legeskosten wordt ongegrond verklaard.