ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van de bewaring zelf, maar nu staat de vraag centraal of de voortzetting van de bewaring nog redelijk is gezien het uitzicht op uitzetting.
Uit het dossier en de zitting is gebleken dat de Surinaamse autoriteiten slechts een laissez-passer afgeven na een persoonlijke presentatie, die tweewekelijks plaatsvindt voor vier personen. Eiser staat op plaats 42 op de wachtlijst, wat een indicatieve wachttijd van circa vijf maanden betekent. Aangezien de bewaring al bijna vier maanden duurt en de uitgifte van het laissez-passer ook nog tijd zal kosten, ontbreekt het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de bewaring bij afweging van alle belangen in redelijkheid ongerechtvaardigd is en beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring. Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt onmiddellijk opgeheven wegens het ontbreken van uitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.