ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0532
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel uitzicht op uitzetting China
Eiser, een Chinese vreemdeling in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000, betwistte de voortzetting van zijn vrijheidsontneming wegens het ontbreken van een reëel uitzicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn.
De rechtbank overwoog dat het aantal door Chinese autoriteiten afgegeven laissez passers in 2006 significant was gedaald tot circa 2 à 3%, waardoor niet op voorhand kon worden aangenomen dat uitzetting binnen redelijke termijn mogelijk was. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat het verstrekken van volledige persoonsgegevens altijd tot afgifte van een laissez passer leidt.
Gelet op het ingrijpende karakter van vreemdelingenbewaring en het ontbreken van concrete feiten die het zicht op uitzetting ondersteunen, werd de bewaring met ingang van de datum van beroep onrechtmatig geacht. De rechtbank besloot de bewaring op te heffen en kende eiser een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring, alsmede proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van reëel uitzicht op uitzetting en kent schadevergoeding en proceskosten toe.