ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0220
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot heraanbesteding raamovereenkomst generieke opleidingen ministeries
De Stichting Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael vorderde in kort geding dat de Staat werd verboden de opdracht voor raamovereenkomsten generieke opleidingen aan andere partijen te gunnen en werd bevolen tot heraanbesteding over te gaan. Clingendael stelde dat de aanbestedingsprocedure in strijd was met de algemene beginselen van aanbestedingsrecht, met name objectiviteit en transparantie.
De opdracht viel onder een verlicht regime van de Richtlijn 2004/18 en het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, waardoor de Staat ruime beoordelingsvrijheid had. Clingendael betoogde dat de presentatie als gunningscriterium ongeschikt en subjectief was, maar de rechtbank oordeelde dat een presentatie passend is bij onderwijsdiensten en voldoende verband houdt met het opdrachtvoorwerp.
Hoewel onzorgvuldig gecommuniceerd, was er geen sprake van onaanvaardbare willekeur of schending van de beginselen. Clingendael was uiteindelijk vierde geworden en niet voor gunning in aanmerking gekomen. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor ernstige onzorgvuldigheden in de beoordeling, ook al bestond onenigheid over de inhoud van het gesprek en de weging van de leervorm en financiële aspecten.
De rechtbank concludeerde dat de vorderingen niet toewijsbaar waren en veroordeelde Clingendael in de proceskosten van de Staat en de Stichting ROI, die zich had mogen voegen aan de zijde van de Staat.
Uitkomst: De vorderingen van Clingendael tot heraanbesteding worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.