ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9965
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing reguliere verblijfsvergunning wegens onjuiste kwalificatie aanvraag
Eiser diende op 15 juli 2004 een aanvraag in voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder kwalificeerde deze aanvraag gedeeltelijk als een herhaalde asielaanvraag, wat tot afwijzing leidde. De rechtbank oordeelt dat het aan de vreemdeling is om te bepalen welke vergunning wordt aangevraagd en dat verweerder de aanvraag als reguliere aanvraag had moeten behandelen.
De rechtbank stelt vast dat de brief van 18 maart 2003, geschreven door een medewerkster van de Regionale Stichting Vluchtelingenwerk, niet als een aanvraag kan worden aangemerkt omdat deze niet namens eiser was geschreven. Hierdoor was het bezwaar tegen het besluit van 1 december 2005 niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard.
Ten aanzien van het besluit van 11 september 2006 oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte de aanvraag van 15 juli 2004 als herhaalde asielaanvraag kwalificeerde en daarmee buiten het door eiser aangegeven beoordelingskader trad. De rechtbank acht de schrijnende omstandigheden, zoals de lange verblijfsduur, integratie, gezinsbanden en het ontbreken van een identiteitsbewijs, relevant en vernietigt het bestreden besluit.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen, en eiser krijgt het betaalde griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van 11 september 2006 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van 15 juli 2004.