ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9739
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die op 8 december 2003 werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn werkzaamheden in Afghanistan en mogelijke betrokkenheid bij gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verzoeker diende een nieuwe aanvraag in met aanvullende verklaringen van voormalige collega’s en Afghaanse autoriteiten die zijn onschuld moesten aantonen.
Verweerder wees de aanvraag af omdat de stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten en omdat sommige verklaringen niet uit objectieve bronnen zouden komen. Verzoeker stelde dat hij de documenten niet eerder kon overleggen vanwege de chaotische situatie in Afghanistan en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel omdat sommige collega’s met soortgelijke verklaringen wel een verblijfsvergunning hadden gekregen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verklaringen van voormalige collega’s niet per definitie onbetrouwbaar zijn en dat het niet op voorhand is uitgesloten dat deze stukken het eerdere besluit kunnen beïnvloeden. De voorzieningenrechter vond dat het belang van verzoeker om in Nederland te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerder om hem uit te zetten, mede gezien de Nederlandse nationaliteit van zijn echtgenote en kinderen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, werd de uitzetting verboden totdat de rechtbank uitspraak doet en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat de rechtbank uitspraak doet over het beroep.