ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9458
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening in asielzaak en afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, werd op 13 december 2006 de toegang tot Nederland geweigerd en op 14 december 2006 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank onderzocht onder meer de bevoegdheid van de Minister van Justitie om het besluit te nemen, waarbij werd vastgesteld dat deze bevoegdheid correct was overgegaan na het Koninklijk Besluit van 14 december 2006. De rechtbank oordeelde dat het beroep op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15c van de Definitierichtlijn een redelijke kans van slagen heeft, waardoor het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening aanwezig was.
De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarmee uitzetting werd voorkomen totdat op het beroep is beslist. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd echter ongegrond verklaard, omdat geen gronden waren aangevoerd die deze maatregel onrechtmatig maakten. De Minister van Justitie werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter mr. C.I.H. Fockens op 10 januari 2007 en schriftelijk aan partijen verzonden.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard.