ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden en discretionaire bevoegdheid
Eiser, van Zaïrese nationaliteit, verzocht meerdere malen om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden. Verweerder wees dit af omdat geen sprake was van een uniek samenstel van factoren dat gebruik van de discretionaire bevoegdheid rechtvaardigt. Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, omdat in vergelijkbare gevallen wel vergunningen waren verleend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een grote mate van beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van zijn discretionaire bevoegdheid en dat terughoudendheid geboden is bij toetsing. Verweerder had de relevante factoren volgens de werkinstructie 2005/3 in acht genomen en de motivering van het besluit was voldoende dragend. Eiser kon geen concrete vergelijkbare gevallen aandragen, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.