ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslissing over uitbetaling woningverbeteringssubsidie ondanks vertraging door geschil tussen private partijen
Eiser vroeg subsidie aan voor niet-ingrijpende woningverbeteringen, die aanvankelijk in 1999 werd toegekend. De definitieve vaststelling van de subsidie vond plaats in 2004, waarbij de uitbetaling van het restant werd vastgesteld op eind september 2016. Eiser maakte bezwaar tegen deze termijn vanwege een vertraging van drie jaar in de verbouwing, veroorzaakt door een geschil tussen private partijen, waaronder de Vereniging van Eigenaren (VvE) en een aannemer.
De Adviescommissie bezwaarschriften stelde dat de vertraging te wijten was aan het gebrek aan adequaat toezicht door de bouwopzichter van het architectenbureau dat door de VvE was gekozen. De commissie adviseerde daarom toepassing van de hardheidsclausule en een eerdere uitbetaling van de restant-subsidie in juni 2013. Verweerder volgde dit advies echter niet volledig en handhaafde de uitbetaling in juni 2016, stellende dat de gemeente niet verantwoordelijk was voor het geschil tussen private partijen en dat de VvE de aannemer en architect had gekozen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat de vertraging buiten zijn invloedssfeer lag en dat de gemeente slechts een begeleidende rol had tot het moment van contractondertekening door de huiseigenaren. De informatievoorziening door de gemeente was voldoende geweest en verweerder droeg geen verantwoordelijkheid voor de bouwopzichter. Gezien deze omstandigheden was er geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot uitbetaling van de restant-subsidie in juni 2016 wordt ongegrond verklaard.