ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7226
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen wijze van uitvoering ontslagregeling na boventalligheid met FPU-compensatie
Eiseres, werkzaam bij de Technische Universiteit, werd boventallig verklaard en kreeg een ontslagregeling met FPU-uitkering en een aanvullende vergoeding toegekend. De berekening van deze aanvulling was gebaseerd op een deeltijdfactor van 0,8421, terwijl een offerte van Loyalis onterecht uitging van 0,9 fte. Eiseres stelde dat zij op de offerte mocht vertrouwen en dat de berekeningsgrondslag het salaris op het moment van schriftelijke aanbieding moest zijn, conform artikel 11 van Pro het Sociaal Plan.
De rechtbank overwoog dat het primaire besluit van 14 juli 2005, waarin de voorwaarden voor de FPU-aanvulling waren vastgelegd, niet was bestreden en in rechte vaststaat. De offerte van Loyalis was slechts een indicatie en kon niet leiden tot rechten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat eiseres had kunnen weten dat de offerte onjuist was en er geen sprake was van in rechte te honoreren verwachtingen.
Verder werd geoordeeld dat het Sociaal Plan niet volledig van toepassing was vanwege de gekozen ontslagdatum en dat de schriftelijke aanbieding zoals bedoeld in het Sociaal Plan niet voor de boventalligheidsdatum kon worden gedaan. Het besluit van 14 juli 2005 bevatte nadere voorwaarden die redelijk waren in de gegeven omstandigheden. Daarom was de berekening van de FPU-aanvulling op basis van het laatstgenoten salaris met deeltijdfactor 0,8421 terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijze van uitvoering van de ontslagregeling met FPU-aanvulling wordt ongegrond verklaard.