ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7141
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake aanbestedingsprocedure gladheidbestrijding Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland schreef in juli 2006 een openbare aanbesteding uit voor gladheidbestrijding over de periode september 2006 tot april 2009, waarbij één marktpartij werd gezocht op basis van de laagste prijs. GZH was de enige inschrijver, maar de provincie staakte de aanbestedingsprocedure in september 2006 en sloot in december 2006 een tijdelijke overeenkomst met Ballast Nedam voor het seizoen 2006-2007.
GZH stelde dat deze overeenkomst in strijd was met het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten (BAO) en vorderde onder meer beëindiging van de overeenkomst en heraanbesteding. De rechtbank oordeelde dat de provincie niet gerechtigd was de overeenkomst met Ballast Nedam zonder aanbesteding aan te gaan, omdat niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van onvoorziene omstandigheden, dwingende spoed en oorzakelijk verband.
Desondanks wees de rechtbank de vorderingen van GZH af, omdat het belang van de verkeersveiligheid en de spoedige uitvoering van gladheidbestrijding zwaarder wogen dan het strikt naleven van de aanbestedingsregels. De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
De uitspraak benadrukt het spanningsveld tussen aanbestedingsrecht en spoedeisende maatschappelijke belangen, waarbij in dit geval de verkeersveiligheid prevaleerde boven procedurele correctheid.
Uitkomst: De vorderingen van GZH worden afgewezen, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.