ECLI:NL:RBSGR:2006:BG4635
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot nieuwe aanbestedingsprocedure wegens niet-tijdige toelating CVZ
In deze zaak stond centraal of Mentaal Beter tijdig had voldaan aan de uitsluitingscriteria van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, met name het beschikken over een toelating van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) vóór 1 januari 2006. Het Zorgkantoor stelde dat contractering vóór die datum moest plaatsvinden, terwijl Mentaal Beter meende dat dit uiterlijk 1 maart 2006 kon.
Mentaal Beter had pas op 23 februari 2006 de vereiste toelating van het CVZ verkregen. Het Zorgkantoor had de contracten met andere aanbieders vóór 1 januari 2006 gesloten en daarna de budgetafspraken gemaakt. De voorzieningenrechter volgde het Zorgkantoor in de uitleg dat contractering vóór week 2 van 2006 moest zijn afgerond en dat het selectiecriterium dus vóór die datum moest zijn vervuld.
De vorderingen van Mentaal Beter om een nieuwe aanbestedingsprocedure uit te schrijven en bestaande contracten te beëindigen werden daarom afgewezen. Ook de subsidiaire vordering tot het voeren van een aanbestedingsprocedure voor herverdeling van het bestaande budget werd afgewezen, omdat daarvoor geen nieuwe aanbestedingsprocedure vereist is. Mentaal Beter werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Mentaal Beter is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot nieuwe aanbestedingsprocedure wegens niet-tijdige toelating door het CVZ.