ECLI:NL:RBSGR:2006:BA9725
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing medische geschiktheid nader gehoor
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker, diende op 11 september 2005 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 15 september 2005 afgewezen door verweerder. Eiser stelde dat hij vanwege mentale problemen niet in staat was om adequaat gehoord te worden tijdens het nader gehoor, wat werd onderbouwd met een psychologisch rapport van een adviesbureau dat twijfels opriep over zijn cognitieve vermogens en mentale toestand.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op een advies van een GGD-arts die geen psychologische of psychiatrische deskundige was en die concludeerde dat eiser wel in staat was om het nader gehoor te ondergaan. De rechtbank oordeelde dat het advies van de GGD-arts onvoldoende inzicht gaf in de gebruikte meetinstrumenten en de onderbouwing van de conclusie, terwijl het psychologisch rapport wel degelijk relevante en onderbouwde informatie bevatte.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het besluit niet redelijk kon baseren op het advies van de GGD-arts en onvoldoende inhoudelijk op het psychologisch rapport was ingegaan. Hierdoor was de afwijzing van de aanvraag onjuist en in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €322,-, die betaald moeten worden aan de griffier. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.