ECLI:NL:RBSGR:2006:BA5405
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.J. Knol
- P.A.M. Hoek
- R.J. de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor strafrechtelijk verwijt bij overlijden COPD-patiënte
Mevrouw A, een 75-jarige patiënte met ernstige COPD, overleed in februari 2005 in een slechte lichamelijke toestand met tekenen van uitdroging en huidbeschadigingen. Verdachte en haar medeverdachte woonden bij haar en werden beschuldigd van het onthouden van noodzakelijke zorg en medicatie.
De rechtbank onderzocht of verdachte strafrechtelijk verwijtbaar handelde door het onthouden van zorg, maar vond onvoldoende bewijs dat verdachte of haar medeverdachte medicatie of zuurstof hadden onthouden of dat zij medische hulp hadden moeten inroepen. Mevrouw A had kort voor haar overlijden nog contact met een politieambtenaar en gaf aan geen hulp te wensen.
Hoewel de gezondheid van mevrouw A achteruitging en zij sterk vermagerde, kon niet worden vastgesteld dat verdachte medisch nalatig was. Het sectierapport concludeerde dat de dood verklaard kon worden door ouderdom, longziekte en uitdroging, zonder bewijs van directe schuld van verdachte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelastte de teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen. De zaak benadrukt het belang van overtuigend bewijs bij beschuldigingen van medische nalatigheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor strafrechtelijk verwijt bij overlijden mevrouw A.