ECLI:NL:RBSGR:2006:BA4721
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM wegens niet-geregistreerd gebruik personenauto op Nederlandse weg
Eiser werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM omdat hij met een niet in Nederland geregistreerde personenauto gebruik maakte van de openbare weg terwijl hij in Nederland woonde en de feitelijke beschikkingsmacht over de auto had. Op 27 april 2004 constateerden douaneambtenaren dat eiser zich op de bestuurdersplaats van de auto bevond, die was voorzien van een tijdelijk buitenlands kenteken en waarvoor geen BPM was betaald of vrijstelling was aangevraagd.
Eiser ontving een waarschuwingsbrief waarin hij werd geïnformeerd over zijn verplichtingen en de mogelijkheid om alsnog de BPM te voldoen of een vrijstelling aan te vragen. Op 21 en 22 mei 2004 werd opnieuw vastgesteld dat eiser met de auto de weg gebruikte zonder dat aan de BPM-verplichtingen was voldaan. Eiser voerde aan dat hij verkeerd was geïnformeerd en dat de auto op 27 april geparkeerd stond zonder sleutels in het contact, maar de rechtbank oordeelde dat hij feitelijke beschikkingsmacht had.
De rechtbank stelde vast dat eiser conform het Besluit van 13 december 2002 tijdig was gewaarschuwd en dat geen vrijstelling was verleend. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM.