ECLI:NL:RBSGR:2006:BA2078
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatig verblijf Britse gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 18 EG-Verdrag bevestigd
Eiseres, een Britse gemeenschapsonderdaan, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder wees dit af, stellende dat eiseres geen rechtmatig verblijf ontleent aan het gemeenschapsrecht, waaronder artikel 18 EG Pro-Verdrag, omdat zij geen reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte en niet voldeed aan de voorwaarden van Richtlijn 90/364/EEG.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de door eiseres overgelegde gegevens omtrent haar bestaansmiddelen en ziektekostenverzekering, zoals vereist volgens de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het enkele ontbreken van bewijs dat niet aan de voorwaarden is voldaan, rechtvaardigt geen weigering van het verblijfsrecht.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldig en volledig onderzoek door de overheid alvorens het verblijfsrecht van EU-onderdanen te ontkennen, met inachtneming van het gemeenschapsrecht en de toepasselijke richtlijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar verblijfsrecht op grond van artikel 18 EG-Verdrag.