ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ7188
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Vermelding werkgever op verblijfsvergunning strijdig met Besluit 1/80 en vernietiging besluiten
Eiser, een Turkse werknemer met een verblijfsvergunning als godsdienstleraar, had bezwaar gemaakt tegen de beperking op zijn verblijfsvergunning waarin de naam van zijn werkgever werd vermeld. De rechtbank stelde vast dat deze vermelding in strijd is met artikel 6, eerste lid, van het Besluit 1/80, dat Turkse werknemers na vier jaar legale arbeid gelijke arbeidsmarkttoegang geeft als Nederlanders.
De rechtbank overwoog dat de vermelding van de werkgever tot misverstanden kan leiden en een reële belemmering vormt voor deelname aan de arbeidsmarkt, ondanks dat de overheid dit als slechts declaratoir beschouwt. Tevens werd geoordeeld dat controle op het middelenvereiste ook zonder deze vermelding kan plaatsvinden, zoals bij andere vreemdelingen gebruikelijk is.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom de verblijfsvergunning tot 19 juni 2007 is verlengd en dat eiser onterecht niet is gehoord tijdens de bezwaarprocedure. Ook de kostenvergoeding voor rechtsbijstand werd onterecht afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten van 8 december 2005 en 13 november 2006, en beval verweerder een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de besluiten en beveelt een nieuwe beslissing met vergoeding van kosten.