ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6430
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na langdurige verkooppogingen en vergelijking met referentieobject
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die per peildatum 1 januari 2003 is vastgesteld op €360.000. De woning stond sinds november 2002 te koop zonder dat er een bod werd uitgebracht, en de makelaar gaf de verkoopopdracht terug wegens gebrek aan verkoopperspectief.
Verweerder onderbouwde zijn waarde met een taxatieverslag en vergelijkingsobjecten, waaronder een woning die op een kleinere kavel stond en in augustus 2002 voor €306.500 werd verkocht. De rechtbank oordeelde dat de vastgestelde waarde niet in juiste verhouding stond tot deze gerealiseerde verkoopprijs en dat de vraagprijzen van eiser niet realistisch waren.
Hoewel eiser een lagere waarde dan €300.000 bepleitte, kon hij onvoldoende feiten aanvoeren om aan te tonen dat de woning moeilijk verkoopbaar was. De rechtbank hield rekening met de experimentele bouwstijl en de ligging nabij een trambaan, wat een prijsdrukkend effect kan hebben.
De rechtbank stelde uiteindelijk de WOZ-waarde vast op €320.000, vernietigde het bezwaar van verweerder en bepaalde dat de aanslag onroerende-zaakbelasting dienovereenkomstig werd verminderd. Tevens werd de gemeente veroordeeld het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €320.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.