ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van traumabeleid en vrees voor vervolging
Eisers, afkomstig uit Bosnië-Herzegovina, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan op grond van traumabeleid en vrees voor vervolging wegens bedreigingen door een ex-commandant van een krijgsgevangenenkamp waar eiser in 1992 verbleef. De rechtbank overwoog dat hoewel de bedreigingen geloofwaardig zijn, de vrees voor vervolging speculatief is en niet concreet is onderbouwd.
Verweerder erkende dat het verblijf in het krijgsgevangenenkamp in 1992 een traumatische gebeurtenis was, maar stelde dat eisers niet binnen zes maanden na deze gebeurtenis hun land hadden verlaten, waardoor het vereiste causale verband ontbreekt. De bedreigingen en de daaropvolgende herbeleving van het trauma konden niet als een zelfstandige traumatische gebeurtenis worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat de situatie in Bosnië-Herzegovina geen algemene vluchtelingenstatus rechtvaardigt en dat eisers geen persoonlijk gegronde vrees voor vervolging of risico op foltering konden aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.