ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6137
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Barkel-van Berchum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke overleveringszaak
Eiser bevond zich in overleveringsdetentie die door de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) was geschorst, waarna hij in bewaring werd gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting bestond en dat zijn advocaat niet correct was geïnformeerd, waardoor zijn belangen waren geschaad.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het niet in acht nemen van de wachttijd van twee uur voor het horen van de advocaat, dit geen onrechtmatigheid opleverde omdat eiser niet was geschaad. De maatregel van bewaring was gebaseerd op voldoende gronden die niet waren bestreden.
Verder bleek uit de uitspraak van de IRK dat het onderzoek voor onbepaalde tijd was aangehouden om de beslissing op het asielverzoek af te wachten. Verweerder verklaarde dat het besluit op het asielverzoek spoedig zou worden uitgereikt, waarna de overleveringszaak naar verwachting snel zou worden afgerond.
De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat en dat de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.