ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Mulder
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie met vergoeding na opvolgend werkgeverschap
De werknemer trad in 1995 in dienst bij Brandt Nederland B.V. en vervulde een leidinggevende commerciële functie. Na het faillissement van Brandt Nederland in januari 2005 trad hij in dienst bij de Elco Brandt Group, later overgenomen door Fagor Benelux B.V. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het wegvallen van de vertrouwensbasis, met een aangeboden vergoeding van €15.733,20 bruto. De werknemer voerde verweer en vorderde een hogere vergoeding.
Tijdens de procedure trok de werkgever het ontbindingsverzoek in, waarna de werknemer de werkzaamheden hervatte maar zich kort daarna ziek meldde. De kantonrechter oordeelde dat de dienstjaren vóór het faillissement niet volledig konden worden meegeteld volgens artikel 7:668a lid 2 BW, maar dat een correctie via de C-factor passend was vanwege de continuïteit van werkzaamheden en marktrelaties.
De kantonrechter stelde vast dat de vertrouwensbreuk geheel aan de werkgever te wijten was, dat de werkgever geen misbruik van recht had gemaakt met de intrekking, maar onvoldoende zorg had betracht bij de terugkeer van de werknemer. De werknemer had ook onvoldoende intentie getoond om de relatie te herstellen. Uiteindelijk werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 november 2006 met een vergoeding van €51.000 bruto en €5.000 voor rechtsbijstand, waarbij de kosten van het geding werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 november 2006 met een vergoeding van €51.000 bruto en €5.000 voor rechtsbijstand.