ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens niet-tijdige verlenging verblijfsvergunning
Verzoeker, sinds 1989 in Nederland en houder van een verblijfsvergunning voor verblijf bij kind, diende op 3 april 2006 een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning. Deze aanvraag werd niet tijdig ingediend, aangezien verzoeker dit niet voor het verstrijken van de geldigheidsduur deed. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en de niet-tijdige indiening.
Verzoeker stelde dat hij niet wist dat hij zich zelf moest melden voor verlenging en dat hij niet mvv-plichtig was omdat Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats is. Ook stelde hij dat verweerder een positieve verplichting heeft om gezinsleven met zijn minderjarige zoon mogelijk te maken. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker ondanks eerdere waarschuwingen verantwoordelijk is voor tijdige indiening en dat de aanvraag terecht als nieuw verzoek werd aangemerkt.
Echter, gezien het langdurige rechtmatig verblijf van bijna veertien jaar, het opgebouwde gezinsleven en het feit dat verweerder niet had beoordeeld of het mvv-vereiste een onbillijkheid van overwegende aard oplevert, werd het bezwaar niet kansloos geacht. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder verboden verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar was beslist.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot beslissing op bezwaar.