ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5055
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Klomp
- J. Recourt
- H.J. Fehmers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning op grond van het Verdrag van Handel en Scheepvaart met Japan
Eiseres, van Japanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van verruimde gezinshereniging bij haar vader, die in Nederland verblijft op basis van het Verdrag van Handel en Scheepvaart (Jhv) tussen Nederland en Japan van 1912. De Minister weigerde de vergunning, stellende dat het Jhv geen verblijfsrechten aan meerderjarige kinderen toekent en dat het meestbegunstigingsbeginsel niet van toepassing is op gezinshereniging.
De rechtbank oordeelt dat het Jhv nog steeds van kracht is en dat de afschaffing van de visumplicht in 1956 de werking van het Jhv niet heeft beëindigd. De tekst en structuur van artikel 1 van Pro het Jhv maken duidelijk dat het meestbegunstigingsbeginsel niet geldt voor het begrip "hunne gezinnen". Hierdoor is het onderscheid dat de Minister maakte tussen de rechten van de vader en die van eiseres onjuist.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Minister binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat in lijn is met deze uitspraak. Tevens wordt de Staat veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.