ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4956
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens ontoereikende motivering mantelzorg in Pakistan
Eiser, een Pakistaanse man met ernstige psychiatrische aandoeningen, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling in Nederland. Verweerder wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser stelde dat bij terugkeer naar Pakistan een acute medische noodsituatie zou ontstaan vanwege het ontbreken van adequate mantelzorg.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat mantelzorg beschikbaar was in Pakistan, ondanks dat eiser bewijs had geleverd dat zijn broers en zussen niet in staat of bereid waren deze zorg te bieden. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom de uitzonderlijke afhankelijkheid van eiser van zijn hospita in Amsterdam niet tot toepassing van de hardheidsclausule zou leiden.
De medische adviezen bevestigden dat eiser levenslang afhankelijk is van medicamenteuze behandeling en mantelzorg, die niet onderbroken mogen worden. De rechtbank vernietigde daarom het besluit van 12 mei 2005 en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het beroep tegen het besluit van 1 juni 2005 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning van 12 mei 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over mantelzorg in Pakistan.