ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4395
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en beroep op WBV 2004/60 voor ongehuwde moeder
Verweerder heeft de aanvragen van eisers voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen omdat de oorspronkelijke verleningsgrond was komen te vervallen en er geen nieuwe gronden waren. Eisers stelden dat zij als Pashtuns niet veilig konden terugkeren naar Afghanistan en verwezen naar het beschermingsbeleid WBV 2004/60, met name voor vrouwen die een westerse levensstijl hebben aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geconcludeerd dat er geen sprake was van een geringe indicatie van vervolging of een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro voor de meeste eisers. Het beroep van eiseres sub 2, een ongehuwde moeder, werd echter anders beoordeeld. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom zij geen aanspraak kon maken op de bescherming voor vrouwen die een westerse levensstijl hebben aangenomen, aangezien haar situatie vanwege haar ongehuwd moederschap problematisch is bij terugkeer.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep van eiseres sub 2 gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres sub 2. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep van ongehuwde moeder gegrond verklaard en besluit vernietigd; overige beroepen ongegrond.