ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3475
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring wegens reëel zicht op uitzetting naar Suriname
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, is op 20 juli 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. De kern van het geschil betrof het ontbreken van een reëel zicht op uitzetting, omdat sinds april 2006 geen persoonlijke presentaties bij de Surinaamse autoriteiten plaatsvonden, waardoor geen laissez-passers werden afgegeven.
Verweerder stelde dat de Surinaamse autoriteiten hadden toegezegd de persoonlijke presentaties op korte termijn te hervatten, binnen enkele weken, en dat er voldoende zicht op uitzetting was. Dit werd onderbouwd met overlegmomenten tussen Nederlandse en Surinaamse instanties en een recente toezegging.
De rechtbank oordeelde dat het niet langer de vraag was of, maar wanneer de presentaties hervat zouden worden, en dat enkele weken als termijn realistisch was. Hierdoor ontbrak het niet aan een reëel zicht op uitzetting. De voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel werd als redelijk en wettelijk gerechtvaardigd beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.