ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige afwijzing asielaanvraag wegens nalaten terugnameverzoek aan Frankrijk
Verzoeker, van Libische nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder in Frankrijk een asielaanvraag had ingediend die was afgewezen. Frankrijk had het verzoek om terugname van verzoeker op grond van de Dublinverordening gehonoreerd, waardoor Frankrijk in beginsel verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag.
De Nederlandse overheid wees de nieuwe aanvraag af onder verwijzing naar het eerdere besluit, zonder een nieuw terugnameverzoek aan Frankrijk te richten. Verzoeker had zich na instemming van Frankrijk op eigen gelegenheid naar Frankrijk begeven, waar zijn asielaanvraag werd behandeld. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse overheid niet zonder meer mocht aannemen dat Frankrijk verantwoordelijk bleef en instemde met terugname.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de aanvraag ten onrechte had afgewezen in de aanmeldcentrumprocedure, omdat niet was voldaan aan de verplichtingen uit de Dublinverordening. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens nalaten van een terugnameverzoek aan Frankrijk.