ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P. van der Lelie
- M.A.C. Hofman
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Onjuiste omzetting van gezinsherenigingsrichtlijn in nationale vreemdelingenwetgeving
Eiser, een Turkse minderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij zijn vader in Nederland. De minister wees dit verzoek af op grond van het ontbreken van een feitelijke gezinsband, omdat de scheiding tussen ouder en kind langer dan vijf jaar zou duren.
De rechtbank onderzocht of eiser zich kon beroepen op Richtlijn 2003/86/EG inzake gezinshereniging, ondanks dat de implementatietermijn formeel nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelde dat de richtlijn correct was omgezet in het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat eiser zich daarop kon beroepen.
Vervolgens stelde de rechtbank vast dat de minister de richtlijn niet juist had geïnterpreteerd, met name door het begrip "feitelijke gezinsband" gelijk te stellen aan het gemeenschapsrechtelijke begrip "werkelijk gezinsleven". De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een hernieuwde beslissing binnen zes weken, waarbij de minister de richtlijn correct moet toepassen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen.