ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boetes navorderingsaanslagen alimentatie niet opgegeven wegens voorwaardelijk opzet
Eiseres was gescheiden en ontving alimentatie van haar ex-echtgenoot over de jaren 1998 tot en met 2000, maar gaf deze niet aan in haar belastingaangiften. Verweerder legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens het niet aangeven van deze inkomsten. Eiseres voerde aan dat er geen nieuw feit was voor navordering en dat zij niet te kwader trouw was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met het feit dat eiseres de alimentatie niet had aangegeven, maar dat eiseres wel te kwader trouw was omdat zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat te weinig belasting werd geheven. Het niet vermelden van de alimentatie werd aangemerkt als het opzettelijk onthouden van juiste inlichtingen, oftewel voorwaardelijk opzet.
De rechtbank verwierp het verweer dat er sprake was van vertrouwen in de inspecteur en dat eiseres geen cautie had gekregen. De boetes werden passend geacht, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werden deze ambtshalve met 10% verminderd. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boetebeschikkingen betreft, met een vermindering van de boetes en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De boetes wegens het niet aangeven van alimentatie worden verminderd wegens bewezen voorwaardelijk opzet, navorderingsaanslagen blijven gehandhaafd.