ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2911
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiseres diende op 20 september 2004 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 18 februari 2005 af. Eiseres maakte bezwaar op 18 maart 2005, waarop verweerder op 11 november 2005 en later op 15 juni 2006 het bezwaar ongegrond verklaarde. Beide besluiten werden later ingetrokken. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het besluit van 15 juni 2006.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen belang had bij vernietiging van het ingetrokken besluit en verklaarde het beroep tegen dat besluit niet ontvankelijk. Wel werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar gegrond verklaard, omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van tien weken na ontvangst van het bezwaar had beslist.
De rechtbank droeg verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand afgewezen. Het verzoek om eiseres te behandelen alsof zij al in het bezit was van een machtiging tot voorlopig verblijf werd afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen twee weken opnieuw te beslissen.