ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- M.A.C. Hofman
- H.P. van der Lelie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden wegens willekeur en onvoldoende motivering
Eiser, een Congolese nationaliteit, verzocht op 9 april 2003 om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank toetste het besluit aan de hand van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op het ontbreken van een beleidsregel voor de zogenaamde 14/1-verzoeken en het oordeel dat het samenstel van omstandigheden van eiser niet uitzonderlijk of schrijnend was. De rechtbank stelde vast dat verweerder geen overzicht heeft over de gehanteerde criteria en beslissingen binnen de organisatie, wat leidt tot onvoldoende waarborgen tegen willekeur en ongelijke behandeling.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de omstandigheden van eiser, waaronder zijn gezinsleven en langdurig verblijf, niet tot vergunningverlening leiden. De enkele verwijzing naar het ontbreken van uitzonderlijkheid was onvoldoende. Het besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, in strijd met de Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen.