ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring van specifieke afvalstoffenheffing gemeente Leiden
De gemeente Leiden legde aan eiser drie aanslagen afvalstoffenheffing op van elk €97 vanwege het incidenteel aanbieden van huishoudelijk afval buiten de voorgeschreven wijze. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aanslagen onrechtmatig waren. De rechtbank onderzocht ambtshalve of artikel 4, tweede lid, van de Verordening afvalstoffenheffing 2004, waarop de aanslagen waren gebaseerd, verbindend was.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever de afvalstoffenheffing heeft bedoeld als een algemene heffing voor alle bewoners van een perceel met een inzamelingsplicht, ter bestrijding van de kosten van afvalbeheer. De specifieke heffing in artikel 4, tweede lid, die slechts een beperkt deel van bewoners treft en niet is bedoeld om afvalbeheer te financieren maar om een bepaalde werkwijze te faciliteren, strookt niet met dit doel.
Daarom is dit artikel onverbindend en kunnen de aanslagen niet worden gebaseerd op dit artikel of het eerste lid met het nihiltarief. Ook de oude verordening met nihiltarieven biedt geen grondslag. Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, de aanslagen worden herroepen en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De aanslagen afvalstoffenheffing van €97 per collo zijn onverbindend verklaard en herroepen.