ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2549
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van hoorplicht bij mvv-aanvraag gezinshereniging
Eiseressen, van Afghaanse nationaliteit en woonachtig in Pakistan, dienden een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging bij hun vader in Nederland. De minister wees deze aanvragen af, waarna zij bezwaar maakten. Tijdens de bezwaarprocedure werd alleen de vader van eiseressen gehoord, niet zijzelf.
De rechtbank stelde vast dat eiseressen als belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten worden gehoord voordat op het bezwaar wordt beslist, tenzij een uitzondering van artikel 7:3 Awb Pro van toepassing is. De minister had echter zonder geldige grond van het horen van eiseressen afgezien, terwijl het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 dit wel toestond. Dit beleid is volgens de rechtbank in strijd met de wet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen tien weken een nieuw besluit moet nemen waarbij eiseressen wel worden gehoord. Tevens werden de proceskosten aan eiseressen toegewezen. De uitspraak benadrukt het essentiële belang van de hoorplicht in bestuursrechtelijke procedures, vooral bij mvv-aanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, met de verplichting tot een nieuw besluit waarbij eiseressen worden gehoord.