ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens niet-gehoord blijven moeder en onvoldoende motivering belangen zieke dochter
Eiseres, moeder van een ernstig zieke dochter met de Nederlandse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder wees dit af en zag af van het horen van eiseres, stellende dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Eiseres betoogde dat de ziekte van haar dochter een reis naar Marokko onmogelijk maakt en dat de medische zorg in Nederland noodzakelijk is.
De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gemotiveerd hoe het belang van de dochter is meegewogen en dat het welzijn van het zieke kind niet is betrokken bij de beslissing. Tevens is niet voldaan aan de hoorplicht, aangezien eiseres niet is gehoord terwijl haar bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank oordeelt dat artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en artikel 7:3 Awb Pro in samenhang gelezen moeten worden, waardoor het horen van eiseres noodzakelijk was.
Het bestreden besluit is daarom in strijd met de Awb en wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de belangen van de zieke dochter en het horen van eiseres.