ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- H. Gorter
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas en artikel 3 EVRM risico
Eiser, een Congolese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in zijn land politieke vervolging en mishandeling zou ondervinden. Verweerder wees het verzoek af wegens een ongeloofwaardig asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting naar de Democratische Republiek Congo (DRC).
De rechtbank heropende het onderzoek na het verschijnen van het rapport van de Commissie Havermans en een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, die stelden dat niet alle uitgeprocedeerde asielzoekers bij terugkeer naar de DRC een risico lopen op onmenselijke behandeling. De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht zorgvuldig tot stand was gekomen en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om de juistheid ervan te betwijfelen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen politieke achtergrond heeft die hem tot een risicogroep maakt en dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege het ontbreken van documenten en vage verklaringen. Tevens concludeerde de rechtbank dat verweerder ten onrechte had nagelaten eiser te horen in de bezwaarfase, waardoor het bezwaar niet kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.