ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0674
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen samenwoning
Eisers ontvingen bijstand waarbij verweerder na een onderzoek van de sociale recherche concludeerde dat zij sedert medio 1997 een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld. Verweerder trok de bijstand over de periode 1998 tot 2004 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug van beide eisers.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit vernietigd moet worden wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 Awb Pro, omdat niet alle authentieke processen-verbaal aan de bezwaarprocedure ten grondslag lagen. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat voldoende bewijs bestaat dat eisers vanaf 1998 een gezamenlijke huishouding voerden en eiseres haar inlichtingenplicht schond.
De rechtbank bevestigt dat eiseres geen recht had op bijstand als alleenstaande ouder en dat verweerder terecht de bijstand introk en terugvorderde. Ook de terugvordering van de kosten van bijstand van eiser is gegrond, omdat hij degene was met wiens middelen rekening moest worden gehouden. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €644,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.