ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na inbewaringstelling vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser werd op 11 september 2006 in bewaring gesteld door verweerder wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en andere omstandigheden zoals het ontbreken van identiteitspapieren, een vaste woon- of verblijfplaats en voldoende bestaansmiddelen. Eiser stelde dat hij op grond van artikel 73 Vreemdelingenwet Pro 2000 rechtmatig verblijf had of daarop mocht vertrouwen, mede door een brief van 13 april 2004 waarin hem werd medegedeeld dat hij de beslissing op bezwaar in Nederland mocht afwachten.
De rechtbank oordeelde dat omdat de vergunning tot verblijf ambtshalve was onthouden, er geen sprake was van een inleidende aanvraag en dus geen rechten konden worden ontleend aan artikel 73 Vw Pro 2000. Verweerder had terecht artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 als grondslag voor de inbewaringstelling genomen. Ook het argument van eiser dat hij zich aan een vertrektermijn had gehouden, werd verworpen omdat die termijn niet van toepassing was.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet in strijd was met de wet en dat er geen reden was voor het toekennen van schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.